Warm welkom in Haïti
Door: Margot de Greef
Blijf op de hoogte en volg Margot
26 Augustus 2025 | Haïti, Kenscoff
Eindelijk schrijf ik niet alleen over Haïti maar ook vanuit Haïti. Woensdag 13 augustus begon mijn reis naar Haïti, uiteraard met een vertraagde vlucht waardoor ik de aansluiting zou missen dus ik werd gelijk omgeboekt. Uiteindelijk vertrokken we met 2 uur vertraging van Schiphol naar Philadelphia, 6.145 kilometer verder. Het aanvliegen op Philadelphia was mooi, al hing er bewolking, maar dat maakte het ook juist een interessant schouwspel. Bij de douane trof ik personeel dat geïnteresseerd was in een vriendelijk gesprek. Ik werd voor een tweede controle naar iemand anders gestuurd. Deze beambte wenste me een veilige tijd in Haïti. Voordat de aansluitende vlucht naar Miami vertrok, werd aangekondigd dat de airconditioning niet naar behoren werkte, maar dat zou geen probleem moeten zijn. We stonden nog een uur aan de grond en kwamen wederom vertraagd aan, 1.627 kilometer verder. In Miami nam ik een shuttle bus naar een nabijgelegen hotel, waar ik inmiddels diverse malen heb geslapen.
De volgende dag zat ik om 5 uur ’s ochtends weer in de shuttle terug naar het vliegveld. Het vliegveld van Port-au-Prince ontvangt nog steeds geen internationele vluchten, maar recent zijn wel de binnenlandse vluchten van Sunrise Airways hervat. Cap Haïtien, in het noorden van Haïti, heeft nu het enige functionerende internationale vliegveld. Ik moest drie losse tickets kopen om de reis te kunnen afleggen en daarom elke keer opnieuw inchecken. Het was gelijk duidelijk dat ik in de rij stond voor een vlucht naar Haïti. Grote koffers, veel bagage, hele discussies. Deze vlucht vertrok zowaar vroeg, nog voor de geplande tijd.
Eindelijk kwam daar dan Haïti weer in beeld. Het was de eerste keer dat ik vanuit Miami naar Cap Haïtien vloog. De bergen verschenen in beeld, de landingsbaan, met helikopters geparkeerd en vlaggen wapperend in diverse masten. Een loopbrug werd naar het vliegtuig geduwd en over de landingsbaan liepen we naar de aankomsthal. Met een lach en een traan heb ik weer voet op Haïtiaanse bodem gezet. Drie formulieren invullen, voor de douane en het Ministerie van Gezondheid. Chaos, hitte en discussie. Ik ben duidelijk terug. Er is één bagageband. Het vertrek werd steeds voller. Geduw, getrek, geschreeuw, geroep, gezoek, herrie. Uiteindelijk verscheen mijn koffer. Toen moest ik me een weg worstelen door de volgende controle. Vervolgens werd de bagage handmatig gecontroleerd. Daarna stond ik buiten. Ik kon gelijk naar vertrek om in te checken voor de vierde en laatste vlucht, van Cap Haïtien naar Port-au-Prince. Niet geheel logisch moest ik voor het vertrek van die vlucht terug van vertrek naar aankomst, waar ik net vandaan kwam. Mijn rugzak werd opnieuw gecontroleerd. Toen kon ik gaan zitten. Of tenminste, er is nauwelijks zitplaats dus ik nam plaats op de enige nog beschikbare stoel. WC’s kon ik ook niet vinden. Uiteindelijk ging ik vragen en bleken ze in de hal te zijn waar de paspoortcontrole is. Het loopt ongeorganiseerd door elkaar.
De vlucht van Cap Haïtien naar Port-au-Prince zou om half drie vertrekken en om drie uur landen maar dat werd ook eerder. Eerst werden we buitenom meegenomen naar de vertrekhal van het ‘nationale vliegveld’, waar meer zitplaatsen waren, aangezien inmiddels heel wat mensen moesten staan. Vandaar liepen we later naar buiten om een propellervliegtuig in te stappen. Ik had gevraagd om een stoel aan het raam en kreeg stoel 3D toegewezen maar die bestaat helemaal niet. Ga maar ergens zitten. Dit vliegtuigje telde ongeveer 30 zitplaatsen. De deur doet dienst als trap. Eén persoon tegelijk kan die op of af. De mannen voor me moesten hun rugzakken inleveren, onder protest. Ik was een van de laatsten die instapte en kwam op de voorste stoel terecht, met nauwelijks beenruimte. Daar mocht ik mijn rugzak niet voor m’n stoel zetten dus werd me gevraagd om die in te leveren. Daar paste ik voor, aangezien het mijn enige stuk handbagage was. Gelukkig was een andere passagier zo vriendelijk om mijn rugzak onder haar stoel te plaatsen.
De vlucht duurde slechts een half uur. Ik heb naar buiten zitten kijken, naar de bergen, de valleien, rivieren, wegen, wolken. Binnen keek ik rechtstreeks de cockpit in. Van boven is niet te zien dat mensen in angst leven, dat er geweld is. Het was erg heet in het kleine vliegtuigje. We vlogen over Plato Santral. Via Mon Kabrit vlogen we op Port-au-Prince aan, de gevaarlijke gebieden ontwijkend. Het viel me op dat er geen auto te bekennen was op de weg bij Mon Kabrit. Een weg die ik zo vaak gereden heb. Het vliegtuig helde vervaarlijk schuin, wat even een angstkreet opriep bij de passagiers, ook omdat we net boven Port-au-Prince waren. Maar we landden veilig en wel en vroeg, nog voor half drie. We liepen over de landingsbaan naar de aankomsthal. Er stonden muzikanten klaar. Het eerste wat ik zag was een pantserwagen. Ik ging zitten om te wachten op de koffer. Maar die kwam niet. Dat werd uiteraard niet gecommuniceerd. Ik hoorde wat oproer maar kreeg pas na drie medewerkers aangeklampt te hebben de juiste informatie. Er kwamen niet meer koffers, de rest komt morgen. Een man noteerde m’n naam, koffernummer en telefoonnummer en zei dat ze de volgende dag zouden bellen. Dat was niet prettig, want het is al een hele opgave om naar het vliegveld te gaan en dan moet het nog een keer. Een man werd zeer kwaad omdat zijn koffer verdwenen/gestolen was. De politie kwam erbij. Daar ging de aandacht naartoe en niet naar het communiceren met andere passagiers.
Dus zonder koffer liep ik naar buiten, waar Joseph op me stond te wachten, een oud-collega van MCC. Geen enkel probleem gehad onderweg. Wel wegblokkades gezien en politie controles. Er is duidelijk meer politie aanwezig dan voorheen en meer pantserwagens. Ook zijn er op diverse wegen poorten aangebracht die afgesloten kunnen worden. Verder is er weinig veranderd. We haalden iemand op bij MCC, zodat ik gelijk Rony kon groeten, oud-collega van CWS die later bij MCC is gaan werken. 14 augustus was voor het eerst een nationale feestdag. Het is de dag waarop er in Bois Caïman een voodoo ceremonie werd gehouden die uiteindelijk leidde tot revolutie en de onafhankelijkheid van Haïti. 15 augustus is een katholiek feest, de hemelvaart van Maria.
Gedrieën vervolgden we onze weg. We maaken een stop bij een supermarkt, zodat ik wat boodschappen kon halen. Toen we in Kenscoff kwamen, zat er iemand in burger met een geweer bij een auto. Brigade, omwonenden die hun wijk beschermen. Zodra we voor huis parkeerden en ik uitstapte, hoorde ik mijn buurjongetje mijn naam roepen. Hij had op de uitkijk gestaan. Hij nam me mee naar de rest van de familie. Goed weerzien. Ik kwam thuis in een huis dat keurig was schoongemaakt. Emmers waren gevuld met water. M’n buurjongetje heeft een nieuwe stoel voor me uitgezocht en zelf gebracht, dezelfde die hij ook heeft, een lichtblauwe stoel. Z’n moeder kwam even later gedag zeggen. Ze vertelde gelijk dat de dag ervoor een verdwaalde kogel hun golfplaten dak had doorboord en daarna een kast op hun slaapkamer had geraakt. In de nacht van 12 op 13 augustus zijn er twee politieagenten gedood in Kenscoff.
Mijn huis doet dienst als oplaadpunt. Sinds juni is er geen elektriciteit, dus komen de buren hun telefoons en oplaadbare gloeilampen bij mij opladen, gebruikmakend van zonnepanelen. Elke dag hangen er 4 gloeilampen op te laden. Zodra ik binnen was, kwamen de buurjongens aan tafel zitten. De buren brachten me eten. Als vanouds. We gaan gewoon verder waar we gebleven waren. Ik ben weer thuis. Het is goed om hier te zijn, al heeft het land het moeilijk. Doordat bendeleden antennes van telecommunicatiebedrijven in handen hebben, kunnen die niet van brandstof worden voorzien, waardoor er slecht telefoonbereik is.
Er waren net twee mensen uit de buurt overleden, dus twee begrafenissen dag aan dag. En twee nachtwakes, nacht aan nacht, duidelijk hoorbaar. De dag na aankomst was ik al te gast bij familie Nelson. Weer op pad met mijn vaste motortaxi chauffeur, die me netjes afleverde. Ik genoot van het gebergte waar we doorheen reden. Wat is het toch een prachtig mooi land. Ik groette m’n kleine en grote vrienden. Vooral de kleine vragen al lang waar ik ben en wanneer ik kom. We spreken elkaar vaak genoeg maar nu zien we elkaar weer, dat is anders. En nu kon ik genieten van een mooi uitzicht, over Route Pelerin, het meer richting de Dominicaanse Republiek, Mon Kabrit. Mijn kleine vriend van 6 jaar vroeg of ik zie hoe mooi het land is. Ja, een prachtig land. Hij vroeg me of Nederland ook mooi is. Ik probeerde uit te leggen dat er geen bergen zijn in Nederland. Hij vroeg me om hem wat foto’s te laten zien. En hij weet alles van het Nederlandse voetbalelftal. Hij is gek op voetbal en kreeg zelfs mij zover om een balletje te schoppen. Met links, wat hij heel bijzonder vond. Hij deelde z’n verse kersen/passiefruitsap met me. Gelukkig kent z’n vader iemand die bij Sunrise Airways werkt en werd de terugkomst van mijn koffer in gang gezet. Want uiteraard werd ik niet gebeld. Toen ik werd opgehaald, bracht de motortaxi chauffeur gelijk een geit mee voor de familie. Vers vlees.
Door al het slechte nieuws over Haïti lijkt het van afstand alsof het een onleefbaar land is. Dat is natuurlijk (gelukkig) niet het geval. Ik bagatelliseer niet het feit dat grote delen van de stad en doorgaande wegen in handen zijn van bendes. Mensen die erlangs willen, moeten betalen. En dan nog kun je er niet op vertrouwen dat het goed gaat. Ook een deel van de gemeente Kenscoff is in handen van bendes. Gelukkig niet het deel waar mijn huis zich bevindt, waar slechts één toegangsweg is. Dat maakt de kans klein dat bendeleden zich hier wagen. Bovendien zijn er geen ex-gevangenen in deze omgeving. Het neemt niet weg dat we (vooral ’s nachts) gedurig schoten horen als de politie en bendeleden met elkaar in gevecht zijn.
Zondag kon ik eindelijk weer naar de kerk in Laboule. Daar ging ik weer, de berg afdalend met het mooie uitzicht. Mensen op straat keurig gekleed, een Bijbel onder de arm. Bij de kerk ontving ik vele omhelzingen en werd mijn hand vele malen geschud. Goed weerzien. Deze maand is maand voor de kinderen. Dit betekent dat de kinderen de diensten leiden; twee kinderen leiden de zang, een ander kind doet schriftlezing, weer een ander kind gebed, nog een ander de zegen. Diep respect voor de kinderen. Normaalgesproken hebben ze hun eigen dienst, afzonderlijk van de volwassenen. Bij die diensten spelen ze ook zelf een rol, zodat ze daarbij kunnen oefenen voor deelname in de reguliere dienst. Een meisje van 14 en een jongen van 13 leidden de zang. Een jongedame sprak in het kader van een rubriek ‘wat goed is om te weten’ over handen, wat we ermee doen en hoe we ervoor moeten zorgen. De jarigen van de voorgaande week werd gevraagd te gaan staan. Eerst werd er acapella gezongen. De zang klonk gelijk weer prachtig. Later kwam er drumstel en gitaar bij sommige liederen. Het koor zong twee liederen ter gelegenheid van de 70e verjaardag van de dominee.
In het kader van de maand van de kinderen worden er geen preken maar conferenties gehouden. Hierbij wordt informatie gedeeld aan de hand van Bijbelteksten en is er na afloop gelegenheid tot het stellen van vragen. Robest sprak over het verbond tussen generaties (Genesis 17:7), over trouw blijven aan God ondanks zwaktes en teleurstellingen. Ons vertrouwen in Hem stellen in plaats van in onszelf. Hij moedigde ouders aan om kinderen te vertellen en leren over het werk dat hun opvoeding mogelijk maakt, of dat nu landbouw is of het maken van grind door stenen kapot te slaan of iets anders. Hij benadrukte ook het belang van communicatie. Na de dienst maakte ik met deze en gene een praatje. Een warm welkom. Een aantal mensen wachtten samen met mij totdat de motortaxi chauffeur me kwam halen, want ze wouden me niet alleen laten.
Elke maandagmiddag om vier uur vindt er Bijbelstudie plaats in de kerk en elke dinsdagmiddag training. Daar kan ik nu mooi bij zijn. Bijbelstudie ging over de ontwikkeling van een christelijk leven, waarom dat nodig is, wat de doelen ervan zijn en hoe we kunnen zorgen voor deze ontwikkeling. Er werd gesproken over de inzet van ieders unieke talenten. Dit gaat op een mooie, ongedwongen manier waarbij iederen op z’n gemak wordt gesteld. Jong en oud doen mee.
Dinsdagochtend was ik buiten op het reservoir om emmers water te vullen toen ik hoorde dat er op de poort werd geklopt. Daar stonden twee kleine vrienden voor de deur, broer en zus, Naïhaly en Bensly, elk met een brede lach op hun gezicht. Er staat een perzikenboom in mijn tuin, waar de buurkinderen al flink van genoten hebben, dus deze twee lustten ook wel wat. Met een stok sloeg ik de perziken uit de boom. Ik haalde wat Duplo tevoorschijn en algauw werden er ijverig huizen gebouwd. Later werd er weer aangeklopt en voegde hun moeder Isna zich bij ons. Vervolgens kwamen er ook nog wat buren bij, groot en klein. Toen de volwassenen waren vertrokken, kwam hun vader Jackson nog langs. We lieten de kinderen even alleen en gingen kennismaken met een nieuw buurmeisje, geboren op dezelfde dag als ik en met bijna dezelfde naam. Ik kreeg het dik ingepakte mensje van een week oud gelijk in m’n armen.
Mijn huis liep leeg en ik vertrok naar Pelerin, waar mijn koffer inmiddels was gearriveerd. De koffer kwam twee dagen na mij aan, al hing er een briefje aan met daarop geschreven ‘rush’ (haast). Een vriend van een vriend heeft ‘m meegenomen naar Delmas, vandaar is ie verder gebracht naar Pétion-Ville, waar Patrick ‘m voor me heeft opgehaald. Dus ik gaf ‘m mee aan de motortaxi chauffeur, die ‘m netjes achterop vastbond en voor me thuisbracht. We werden ingehaald door een motor met twee mannen in kogelvrij vest, helm op, grote camera’s om de nek en ‘pers’ geschreven op hun vesten. Ik bleef nog even bij familie Nelson en reed gelijk met ze mee naar de kerk, voor training. Die begon met een stukje medische informatie, over herseninfarcten, Alzheimer en diabetes. Daarna ging het verder met het onderwerp dat momenteel wordt besproken. Aangezien er zo nu en dan telefonisch informatie met me wordt gedeeld, was het onderwerp me niet onbekend. Het ging over mensen die steun nodig hebben van de kerk, waarom bezoeken aan gemeenteleden nodig zijn en om welke redenen mensen thuis blijven.
Nu lees ik over problemen in Kenscoff terwijl ik zo dichtbij ben maar er toch weinig of niks van merk. Er klinken wel eens schoten, vooral ’s nachts. Dan word ik wakker, hoor dat er geschoten wordt en slaap weer verder. Of ik slaap zo goed dat ik het helemaal niet hoor, tot grote verwondering van mijn buren. Het is niet dichtbij maar het geluid draagt ver tussen de bergen. Vorige week dinsdag zijn er per ongeluk twee agenten gedood doordat een drone explodeerde.
In de vroege ochtend van zondag 3 augustus zijn negen personen ontvoerd uit een kindertehuis in Kenscoff. Onder hen zijn acht medewerkers en een gehandicapt kind van 3 jaar. Het tehuis vangt kinderen met en zonder handicap op. Het doel van zulke acties gaat ons verstand te boven. Dezelfde organisatie (Nos Petits Frères et Soeurs) runt ook een ziekenhuis. Alle locaties zijn tot nader order gesloten. 19 augustus volgde er een gewapende overval op hetzelfde kindertehuis, waarbij diverse spullen van waarde zijn meegenomen. We blijven terugkomen op dezelfde vragen: waarom een kindertehuis aanvallen? Waarom een school, een ziekenhuis vernielen? Iedereen heeft toch onderwijs nodig en gezondheidszorg?
Donderdag 7 augustus is het voorzitterschap van het presidentiële overgangscomité overgedragen van Fritz Alphonse Jean naar Laurent Saint Cyr. Deze zelfde dag heeft het Ministerie van Onderwijs aangekondigd dat het nieuwe schooljaar 1 oktober zal beginnen.
Tussen april en juni zijn er 1.520 mensen gedood en 609 verwond. Daarnaast zijn er 185 ontvoerd en 628 slachtoffer geworden van seksueel geweld. Niet alleen in het Westen neemt het geweld toe, maar ook in de provincies Artibonite en Centre. De Multinationale Veiligheidsmissie is aanwezig in Artibonite. Ook dragen zij bij aan het beveiligen van infrastructuur zoals het vliegveld en de haven.
Afgelopen zondag waren het wederom de kinderen die de leiding hadden tijdens de dienst. Het meisje dat de schriftlezing deed was zo klein dat er een extra verhoging neergelegd moest worden zodat ze zichtbaar was. In de kerk zitten de kinderen bij elkaar. De kinderen deden het weer geweldig indrukwekkend. Ze doen niks onder voor volwassenen. Ik heb eveneens met aandacht naar de conferentie zitten luisteren. Een belangrijk maar gevoelig en moeilijk onderwerp, over emotionele schade bij kinderen en de gevolgen daarvan in hun leven. Ook mogelijke oorzaken kwamen aan bod, zoals afwijzing, vernedering, geweld in de familie, verbreken van beloftes, verlatenheid, onrechtvaardigheid, verkrachting/seksueel geweld. Tot slot werd er kort gesproken over genezing; erkenning, vergeving, steun. In de kerk zijn kinderen die door hun ouders zijn verlaten, of van wie de ouders zijn overleden. Ik hoor ouders vaak op een schadelijke manier met kinderen praten, ze uitschelden en verwensen. Er komt eveneens vaak lichamelijk geweld aan te pas. Daarom werd ook nog gesproken over alternatieve straffen, in plaats van een pak slaag. Een actueel onderwerp dus. Deze week is er kamp in de kerk voor de kinderen. Dat zijn er zo’n 80. Van maandag t/m vrijdag worden er activiteiten voor ze georganiseerd. Hier komen kinderen zonder ouders naar de kerk, in plaats van ouders zonder kinderen.
’s Middags kwam m’n buurjongetje met me voetballen. Z’n vader nam me mee naar een akker tegenover hun huis. Dit is een gemeenschappelijke akker die dienst doet als voorbeeld en oefen terrein, zodat boeren nieuwe technieken kunnen leren. Met eigen ogen de resultaten zien is toch een effectieve manier van leren. Er zijn momenteel twee soorten bonen geplant, op de juiste afstand van elkaar en met niet meer dan 2 zaden tegelijk. Veel landbouwers stoppen 4 of 5 zaden bij elkaar, in de gedachte van ‘hoe meer zaden, hoe hoger de opbrengst’. Maar dan krijgen de planten onvoldoende ruimte om te groeien. Op deze akker is duidelijk zichtbaar dat juist met minder zaden de opbrengst groter wordt doordat de planten meer ruimte hebben om te groeien. De planten staan nu in bloei. Hier en daar is een eerste ‘muizenstaart’ te zien, zoals ze het begin van een boon noemen.
De buren komen elke dag wel een paar keer langs, om iets op te laden, op te halen, een praatje te maken, de was te doen met water uit mijn reservoir, of bananen en avocado’s vers van de boom te brengen. Een oom verblijft ook bij hen. Die is door bendeleden verdreven uit zijn huis. Zo nu en dan hoor ik voetstappen op het erf of in huis en dan kijk ik even wie er is. Vandaag kwam een vriendin vanuit Pétion-Ville op bezoek. We houden trouw contact met elkaar. De krekels zingen elke avond hun lied, al zien we ze niet. De muggen zingen er helaas ook lustig op los.
Hier heb ik echt een thuis opgebouwd. In het begin kwam ik hier voor werk, maar het werd veel meer dan dat. Het blijft een dubbel leven, thuis in twee landen. Al helemaal als er iemand overlijdt en ik er niet bij kan zijn. Ter herinnering aan mijn oom, Wim Hansma.
-
27 Augustus 2025 - 03:47
Nicolien :
Fijn dat het je gelukt is! Ik vind het ook wel spannend/eng met hoe de situatie is- lijkt me ook moeilijk voor je ouders, maar lees in heel je bericht ook dat je weer thuis bent. Dat klinkt heel fijn en goed [e-2764]️
-
27 Augustus 2025 - 10:27
Tiemen:
[e-2764]
-
27 Augustus 2025 - 13:48
Jappy Wiersma Kootstertille:
Ja margot,daar gebeurt heel veel.
Heel veel strekte daar,en gecondoleerd met het overlijden van je oom
twee week geleden zat ik met hem nog in de tuin,gezellig te praten over wat komen gaat.
stukje gelezen uit klaag liederen 3 Lijden en Hoop.
Wens je veel sterkte toe,en bidden voor je daar en mede werkers.
Hartelijke groet van ons j en F Wiersma Kootstertille
-
30 Augustus 2025 - 22:05
Klaas Ypma:
Fijn dat je weer veilig aangekomen bent. Al heb je onderweg ook het nodige meegemaakt Fijn dat je je vrienden weer kon ontmoeten. Wij wensen jou verder Gods zegen op je werk en Zijn bewarende Hand toe. We blijven je dagelijks gedenken in de gebeden.
Reageer op dit reisverslag
Je kunt nu ook Smileys gebruiken. Via de toolbar, toetsenbord of door eerst : te typen en dan een woord bijvoorbeeld :smiley